Joyce regelt het wel

Ze werkt al jaren met veel plezier als managementassistent voor Wegenwachtregio Zuid.

"Zes jaar geleden ging haar man een stukje kaas kopen. 

Toen hij thuiskwam had Joyce er een weekendbaantje bij"


Eind twintig durfde ze nog geen telefoontje aan te nemen. Spreken in het openbaar? Vergeet het maar! Niet omdat ze het eng vond, maar haar gestotter weerhield haar.Een schril contrast met tegenwoordig. Bij de Wegenwacht staat Joyce Schrantee voor grote groepen en voert ze het ene na het andere gesprek. Vloeiend en met veel plezier. “Ik ben een mensenmens en hou van het gezellige contact met collega’s.”

Joyce werkt als managementassistent voor Yoessof Aaroub, manager Regio Zuid, en is een echte regeltante, altijd al geweest. “Vandaar dat deze functie perfect bij mij past. En de mannen weten me te vinden. ‘Ons moeder regelt het wel’, hoor ik regelmatig”,
vertelt ze lachend.

Bekend gezicht
Joyce begon in 1991 bij de ANWB als uitzendkracht. “Eerst als telefoniste in meldkamer Geldrop”, vertelt ze. “Vier jaar later kon ik aan de slag als assistente van meldkamerchef Arie Bakker. Toen hij regiomanager werd, ging ik mee. Na zijn vut in 2008 nam Yoessof het stokje over. We hebben hier een geweldig leuk team met negen teammanagers, assistent-teammanagers, een regioadviseur en roosterfunctionarissen. Het is een stabiel team, we staan altijd voor elkaar klaar en onze regio komt vaak als beste uit de bus als het bijvoorbeeld om kwaliteit gaat. Ik ben trots op onze mannen!”

Joyce is op veel plekken in het land een bekend gezicht. “Ik organiseer het jaarlijkse 'Rondje Wegenwacht', waarbij collega’s op zes locaties worden bijgepraat, onder andere door directeur Rian Vreeburg. En ik zit in de onderdeelcommissie Wegenwacht van de ondernemingsraad. Verder ben ik jaren mee geweest met de ANWB-skireis en ging ik vroeger met het hele gezin mee met het kampeerweekend dat collega’s toen organiseerden. Door dit alles kom ik overal bekenden tegen.”

Ik won, met gemak

Joyce komt oorspronkelijk uit het Hoge Noorden. De liefde voerde haar zuidwaarts.“Ik ontmoette mijn man al toen we samen bij Philips in Groningen werkten. Bij het koffieapparaat kwam het gesprek op m’n ouders, beiden zeer goed in atletiek – mijn moeder heeft zelfs meegedaan aan de voorselectie voor de Olympische Spelen. Eencollega ging ervan uit dat ik dan vast heel hard kon lopen. Wietse, die het gesprek volgde, betwijfelde dat en daagde me uit. Zou hij verliezen, dan nam hij me mee uit. Ik won, met gemak. We werden een stel en toen zijn baas verhuisde naar Philips Eindhoven, vroeg hij Wietse mee te gaan.” Doordat er ook voor haar een functie was, hebben ze de keuze snel gemaakt. “We hebben er nooit spijt van gehad, we vinden het hier heerlijk.


In haar vrije tijd is Joyce regelmatig te vinden in ‘Het Gulle Leven’, hun eigen kaasen mediterrane specialiteitenzaak. Daar zit een bijzonder verhaal achter. “Zes jaar geleden ging mijn man een stukje kaas halen. Hij raakte in gesprek met de eigenaarvan de winkel en toen hij thuiskwam, had hij niet alleen een stukje kaas, maar een hele winkel gekocht”, vat Joyce het samen met een twinkeling in de ogen.

“Het grappige was dat ook ik direct dacht: dat is het! Wietse was al drie jaar aan het solliciteren, nadat hij zijn baan bij een reorganisatie had verloren. We dachten al vaker aan een eigen zaak, maar wisten niet precies wat. Nu viel alles op zijn plek, we houden van het bourgondische leven – kaasje, wijntje – en ik kook graag. Ik zag direct mogelijkheden, een kookstudio voor workshops bijvoorbeeld. Het is supersnel gegaan. Binnen drie maanden waren we open. We zijn nu zes dagen perweek geopend. Ik werk er om de andere zaterdag en ik wissel die dag af met onze jongste dochter Kim.” Met een eigen zaak en zonder personeel is vakantie volgens Joyce amper te doen. “We hebben twee fantastische meiden van 26 en 24 jaar. Dankzij hen kunnen we zo nu en dan een citytrip maken. Malou en Kim staan dan samen in de zaak en doen dat perfect. We durfden afgelopen zomer zelfs meerdere dagen weg te gaan. Heerlijk!”

Kop in de kofferbak
Meewerken in het bedrijf van je ouders is Joyce niet vreemd. Haar vader had een garagebedrijf. “Ik hing regelmatig met m’n kop in de kofferbak om kabeltjes aan te geven als er iets geïnstalleerd moest worden”, herinnert ze zich. “Hij is er trots op dat ik bij de ANWB werk. Hij is alleen nog geen lid … wel van de KNAC. Ik zeg altijd: ‘Als je mij maar niet belt als je pech hebt!’” Wie ze wél regelmatig aan de telefoon heeft, zijn collega’s. Met het verzoek een kaasje mee te nemen. “Ik rijd meer dan eens met een bestelling naar een afspraak”, lacht ze.